Tussen lichaam en betekenis
Over woorden, vormen en wat ze wel of juist niet zeggen
De taal groeit. Elke dag ontstaan er nieuwe woorden, nieuwe manieren om te zeggen wie iemand is.
Soms gaat het over gevoel, soms over ervaring, soms over iets wat nog geen naam had — maar nu wel.
Het roept vragen op. Wanneer is iets wie je bent, en wanneer is het hoe je je voelt? Wat zegt een woord over een mens, en wat zegt het juist niet?
Er is een verschil tussen geslacht en gender. Het lichaam en de beleving ervan. Eén geworteld in biologie, de ander in taal, cultuur en zelfbewustzijn.
Dat verschil erkennen betekent niet dat het één meer waard is dan het ander. Het betekent alleen dat ze niet hetzelfde zijn.
Soms wordt gezegd: "Als iemand zich eigen voelt, dan moet dat toch kunnen." En misschien klopt dat. Want het gaat hier niet om logica, maar om betekenis. Om ruimte in het bestaan. Om iets wat vanbinnen klopt, en naar buiten wil ademen.
De vraag is niet of dat echt is, maar of we het kunnen laten bestaan, zonder het te hoeven begrijpen, of beamen.
Tegelijkertijd blijft het lichaam spreken in eigen taal. Een taal van botten, chromosomen, hormonen. Een taal die geen mening heeft, maar wel consequenties.
En misschien is dat wel het spanningsveld van deze tijd: tussen wie we zijn, en wat ons lichaam zegt. Tussen recht op zelfdefinitie, en het ongemak van definities die blijven verschuiven.
Maar is dat erg? Misschien niet. Misschien is het ongemak juist een uitnodiging. Om vragen te blijven stellen, in plaats van snel te antwoorden.
Om te leren luisteren naar woorden die nog niet af zijn.
Er wordt hier niet geschreven om het beter te weten, maar om samen te zoeken. Naar rust, naar helderheid, of gewoon een beetje lucht in een volle wereld. Wat er gebeurt ná het lezen, is aan jou. Deze woorden vragen niet om instemming of uitleg — alleen om even stil te mogen zijn bij wat ze in beweging brengen. Dank je wel voor het meelezen.